Accede!
Ideeën en bemoedigingen voor gewonde helpers verbonden met een heelmakende God

Op de vlucht voor je verleden?

over het belang van verwerking, en de rol van vrede en relaties daarin
André H. Roosma
aangepast: 2010-04-28

Een versie van dit artikel is ook verschenen in:
Promise (een uitgave van de gelijknamige stichting), Jrg.23, nr.3, juli 2007, pp.12-17.

We hebben ongelofelijke haast

"Opzij, opzij, opzij, maak plaats, maak plaats, maak plaats, we hebben ongelofelijke haast..." zong Herman van Veen enkele jaren geleden al.
De hoogste baas van een groot Nederlands bedrijf zette onlangs – ik schrijf dit in de week voor Kerst, 2003 – boven z'n column aan zijn tienduizenden medewerkers: 'Niet straks, maar nu!' Het ging erover hoe met name jongeren in onze maatschappij steeds meer op snelheid ingesteld raken. In computerspelletjes en videoclips is het snelste nog niet snel genoeg. Hij concludeerde dat daarom álles maar sneller moet, want die jongeren zijn de klanten van de komende jaren.
Op m'n bureau naast deze column lagen een paar gecopieëerde pagina's uit een handboek voor werkers in de verslavingszorg. Daarin stond iets over verschijnselen die aangeven dat iemand onderweg is een serieuze verslaving te ontwikkelen. Eén van die verschijnselen werd beschreven als 'speeding up' (je versnellen), vaak gepaard gaand met super druk zijn, werkverslaafd raken, niet kunnen ontspannen, verhoging van caffeïnegebruik, toenemende geïrriteerdheid en moeite om goed naar anderen te luisteren.
Die combinatie vond ik toch wel veelzeggend wat betreft waar 't met onze maatschappij heen gaat.

Constant op de vlucht: vaak het effect van onverwerkt trauma

Onverwerkte trauma's veroorzaken vaak op de bodem van ons bestaan emotionele pijn, gevoelens van machteloosheid, en allerlei angsten - bijvoorbeeld de angst om emotioneel weer zó in de steek gelaten te worden. Een natuurlijke reactie die je in een groot aantal gevallen ziet, is dan om hiervoor op de vlucht te gaan.

Jaren geleden werd ik bepaald bij de Bijbelse verhalen van Nehemia (Hebreeuws voor Jahweh troost) en Ezra (Hebreeuws voor Hulp). Ik schreef toen een stuk daarover dat ik de titel meegaf: Teruggaan naar onze ruïnes. U kent mogelijk de verhalen van Nehemia en Ezra wel. Zo niet, dan raad ik u aan ze eens in de Bijbel op te zoeken en te lezen. God had toegestaan dat ze met de rest van het volk Israël als krijgsgevangenen werden meegenomen naar een of ander ver land. Ze leefden en werkten daar lange tijd met veel succes. En dan komt er een dag dat ze terugkeren naar de ruïnes in het land Kanaän (ongeveer wat we nu kennen als Israël, incl. de linker Jordaanoever). Je zou kunnen zeggen: ze keerden terug naar de ruïnes en puinhopen uit hun verleden. Want, ja, die ruïnes en puinhopen waren wel veroorzaakt door de zonden die zij en 't hele volk tegen God begaan hadden. Als volk hadden ze God verlaten en afgoden – die geen goden zijn – gediend. Ze hadden Gods adviezen en raadgevingen in de wind geslagen. Daarop had de vijand hun steden verwoest – zelfs de tempel, de plaats waar ze hun liefhebbende God konden ontmoeten. En ze waren als gevangenen weggevoerd.
En dan komt er die dag dat God het in het hart van deze twee mannen legt om terug te gaan naar die ruïnes. Elk van hen op een ander tijdstip, met een verschillend (maar elkaar onderling aanvullend) mandaat. Niet om terug te gaan en alleen maar te rouwen en te weeklagen. Nee, om die puinhopen en de oorzaak daarvan te erkennen (en niet langer te ontkennen). Je zou kunnen zeggen: om de duisternis, die de oorzaak ervan was geweest, te confronteren. Beide mannen hadden een lange tijd van gebed – een tijd waarin ze hun hart meer en meer afstemden op wat er in Gods hart was. En daarna verleende God hen de genade om terug te gaan en de rotzooi op te ruimen en te beginnen met de herbouw. Maar ja, in zekere zin was het een reis terug in de tijd.

In feite is dit het verhaal van velen die opgegroeid zijn in een gezinscultuur die God niet de plaats gaf die Hem toekwam en toekomt.1 Soms krijgen we jaren later een plaatje van hoe de dingen verwoest zijn of hoe de zaken op hun kop gezet zijn, ergens in ons verleden. We gaan bidden en op een dag verleent God ons de genade om terug te gaan. Dat betekent dat we niet in onze luie stoel, in ons comfortabel geordende leventje verder gaan; omdat dat minder zou zijn dan wat God voor ons bedoeld heeft.
Soms moeten we terug naar de ruïnes en de rommel van ons verleden. Erkennen dat de situatie is zoals_ie is. Beginnen met her-bouwen, deels van onderen af aan met nieuwe bouwmaterialen, deels door nog eens goed te kijken naar de bouwmaterialen en funderingen die wijzelf of onze ouders of grootouders lang geleden gebruikten.

We weten vanuit de verhalen van deze twee mannen, dat die weg niet gemakkelijk is – vaak zelfs beangstigend. Er zijn veel krachten die erop tegen zijn dat we teruggaan, en die proberen ons ervan te weerhouden. Velen zijn er niet gelukkig mee dat we beginnen met bouwen en met het omkeren van de effecten die zonde (die van onszelf en/of anderen!) in ons leven gehad heeft. Maar God leidde en beschermde hen elke dag weer, en gaf aanwijzingen hoe ze verder konden gaan. En zo, in afhankelijkheid van Hem, en met veel 'lotgenoten' samen naast elkaar werkend, kwamen ze er doorheen. Dat is wat dit zo'n bemoedigend en hoopvol verhaal maakt. Met God kunnen we teruggaan naar die plaats waar 't allemaal misging en opnieuw beginnen.
Zelfs als ons dat 't gevoel geeft dat veel jaren in de tussentijd verloren zijn. Ze zijn niet verloren, maar God was bezig ons voor te bereiden om terug te gaan en zaken opnieuw op te bouwen, dit keer meer onder Zijn Koningschap. Zelfs als wij, persoonlijk, niet een deel van de oorzaak waren. Vergelijk 't maar met de kinderen in de tijd toen God het volk Israël voor 40 jaar terugstuurde, de woestijn in, wegens hun rebellie. Die kinderen waren niet verantwoordelijk. Dat is ook de reden dat ze toegelaten werden om terug te gaan naar de Jordaan en het land Kanaän binnen te gaan, na die 40 jaar. Maar in de tussentijd hadden ze wel in de woestijn geleefd, hoewel ook daar Gods bescherming er was geweest (zoals de Bijbel zegt, dat hun schoenen niet versleten, e.d.). Ook zij moesten terug naar waar ze vandaan gekomen waren, om een andere weg te kiezen dan hun vaderen gedaan hadden – nu: levend in afhankelijkheid van God.

Teruggaan naar de ruïnes. Na zorgvuldig gebed, en op Gods juiste tijd. Terug naar de ruïnes die overbleven nadat we verslagen waren, hoofdzakelijk door de zonde van ons en onze voorouders. De duisternis erachter confronterend. Openlijk afstand nemend van die levensstijl-los-van-God. Geleid worden door God in de herbouw van een veilige plek voor onszelf, onze gezinnen en onze vrienden en gasten (denk aan de stadsmuren). En in het herbouwen van een heilige (= apart gezette) plek om God te ontmoeten en met Hem te spreken en Hem te aanbidden (de tempel). De fundamenten en poorten van ons leven herbouwen, die eens afgebrand waren.

Het belang van verwerking

Ik wil ook u die dit leest met dit beeld bemoedigen. Als ook u nog ruïnes vanuit uw verleden hebt – ruïnes die u zonder veiligheid en zonder innige vriendschap met God achter lieten. Ruïnes die schreeuwen om erkend te worden, en om gebed en restauratie of herbouw.

Recent las ik een wetenschappelijk artikel van Kathy Steele2. Zij is betrokken bij onderzoek naar de gevolgen van traumatische ervaringen, en naar mogelijke therapieën ervoor. Zij heeft 't er in dat artikel over hoe belangrijk het is om traumatische herinneringen te verwerken en – in mijn woorden – 'een plaats te geven'. In de conclusie van haar artikel zegt ze, vrij vertaald:

Gebrek aan verwerking heeft een negatieve invloed op gedrag. Als gedachten, gevoelens, ideeën, wensen, ervaringen, e.d. goed geïntegreerd zijn, kunnen mentale en gedragsmatige acties meer reflectief zijn, d.w.z. ze kunnen meer gebaseerd zijn op bedachtzaam en goed geïnformeerd nemen van beslissingen. Anderzijds, als verwerking niet gebeurt, zijn mentale en gedragsmatige acties niet samenhangend georganiseerd. Acties komen dan voort uit reflexen, gebaseerd op overweldigende gevoelens of impulsen.
Zonder verwerking kunnen acties niet aan de huidige realiteit worden aangepast. Je ziet dan destructieve gedragingen zoals automutilatie (zelfbeschadiging), impulsieve relaties, besluiteloosheid, gebruik van alcohol, drugs, e.d., eetverslavingen en andere soorten van spanning verminderend gedrag, vermijding van trauma, en geconditioneerde reacties op traumatische stimuli.
Concluderend: je trauma herinneren is essentieel, maar op zich niet voldoende voor herstel in getraumatiseerde mensen. Er moet, in de loop van de tijd, een proces van verwerking zijn [noot: de Engelse tekst heeft ook de connotatie van 'tot de realiteit komen']. Zoiets zal bestaan uit een gecompliceerde opeenvolging van herinnering, reflectie, betekenis geven aan de ervaringen, de gebeurtenissen aan jezelf verbinden, en in het heden (leren) leven.

Dit alles wordt versterkt door het feit dat het ervaren van trauma op zich al de vaardigheden vermindert om eigen gedrag en gevoelens te kunnen overwegen. Peter Fonagy, een andere Amerikaanse wetenschapper, is één van de mensen die hier baanbrekend onderzoek naar heeft gedaan.3 Hij vond dat trauma en -vooral- een slechte vroeg-kinderlijke hechting een negatieve invloed hebben op wat genoemd wordt: de reflectieve functie. Dat werkt als volgt: Bij mensen die als baby of later als kind verwaarlozing, verlating of misbruik hebben meegemaakt, werken bepaalde delen van de hersenen minder goed doordat er op bepaalde plaatsen geen goede zenuwverbindingen zijn gevormd, of doordat deze a.h.w. zijn 'doorgebrand'. Als gevolg hiervan zijn deze mensen minder goed in staat om nuchter hun eigen denken en handelen te beschouwen. Ook hun mogelijkheden om hun eigen emoties en die van anderen in een context te plaatsen, is verminderd.

Het gevolg van dit alles is dat iemand die zijn of haar pijn niet verwerkt, het gif van het ervaren trauma of de ervaren verwaarlozing onbewust overdraagt op alle anderen in de direkte omgeving. Ondanks de vaak goede wil om de eigen kinderen een fijne jeugd te bezorgen ("Mijn kinderen zullen niet zo'n rotjeugd hebben als ik!"), zijn vaak juist vooral de eigen kinderen, echtgenoot of echtgenote en andere dierbaren hiervan het slachtoffer. Dit verschijnsel is ook in de literatuur veel besproken.4

Belijden van de zonde die de ellende veroorzaakte

In een groot aantal gevallen, is er een duidelijke zonde aan te wijzen als oorzaak van de ellende. Ik heb het hier over zonde in de zin van: afwijken van God's aanwijzingen voor ons leven. Het kan zonde in ons eigen leven zijn, vaker echter zal het gaan over zonde in vorige generaties, zonde waar wijzelf wellicht als kind en/of later ook als volwassene erg onder geleden kunnen hebben. Wellicht hebben we er moeite mee, om die zonde onder ogen te zien en zo duidelijk te benoemen. We mogen dan God vragen om de zonde, die de wortel is, duidelijk aan ons te laten zien. De Bijbel verzekert ons dat de Heilige Geest ons die zonde inderdaad wil laten zien – niet om ons of onze ouders of grootouders erdoor neer te halen, maar opdat we ons ervan zouden reinigen! Een duidelijk voorbeeld is een vader of moeder die niet voor zijn of haar gezin zorgde, maar zich bijvoorbeeld te buiten ging aan alcohol of andere zaken – een levensstijl die het gezin vaak in meerdere opzichten deed lijden. Signa Bodishbaugh noemt in haar boek Intimiteit: illusie of werkelijkheid dat deze zonden ook een vorm van afgoderij zijn, die alle betrokkenen als het ware 'besmet'. Ze noemt het voorbeeld van seksuele afgoderij (dienst aan Baäl en Astarte) – mensen die zich overgeven aan seksuele onreine uitspattingen zoals pornografie en hoererij of pedofilie. Generaties later kunnen die onreine machten en de onreine sfeer ervan nog het leven van mensen vergallen.5
Als we de negatieve invloed daarvan in ons leven willen stoppen, moeten we korte metten maken met dat soort zonde en afgoderij. Dat kan, door het bij het kruis van Christus te brengen, het te belijden. Bijvoorbeeld op een manier als volgt:

"Vader in de hemel, ik belijd U de zonde van ...< noem de zonde bij name>... die ik / mijn vader / mijn moeder / ...< noem de persoon bij name>... heb/heeft gedaan.
Ik bekeer mij van deze afgoderij en ik verwerp elke binding aan deze afgoden.
Ik wijd me (en mijn gezin, indien van toepassing) hierbij toe aan U, hemelse Vader.
Reinig mijn bewustzijn en mijn onderbewuste door het bloed van Jezus van alle onreinheid die daar door deze zonde in terecht is gekomen.
Ik dank en prijs U dat U een goed en heilig en rein plan voor mijn leven hebt, dat ik in Uw ogen waardig ben om liefgehad te worden en tot Uw doel in mijn leven te komen."

Zo'n gebed kan een krachtig begin worden voor een proces van verwerking van alle gevolgen die die zonde(n) in uw leven hebben gehad; een eerste stap op weg naar een vrijer leven. We zien dit regelmatig ook bij mensen in de Bijbel, als begin van een periode waarin God hen leidt in een belangrijke bediening. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan Gideon – die in dit verband ook de afgodenaltaren, gewijde palen en afgodsbeelden van zijn vaderen omver moest halen als één van de eerste stappen naar zijn bevrijdende leiderschap.

Vrede, verbondenheid en vreugde als basis voor verwerking

Zoals ik in andere artikelen aangeef, zijn we bedoeld voor relatie. In de relatie met God kunnen we putten uit de vrede en troost en genezing die zo kenmerkend zijn voor Wie en hoe Hij is. God belooft ons in Zijn Woord ook die diepe vrede die wel aangeduid wordt met het Hebreeuwse woord Shalom: innerlijke rust in geborgenheid. Zekerheid: Hij is er bij! Zoals een lieve moeder zich ontfermt over haar kinderen, zoals een moeder-vogel haar kuikens onder haar vleugels beschermt en warm houdt. Die diepe vrede zal ons de basis en zekerheid geven die we nodig hebben om onze pijn te kunnen verwerken.

Deze vrede te kunnen ervaren is echter niet vanzelfsprekend. Daarom heeft God ons ook elkaar gegeven. Zeker als pastoraal werkers kunnen we hierin veel voor onze medemens betekenen.

In het artikel over gezinsleven en persoonlijkheidsontwikkeling citeer ik al een gedeelte uit Jesaja. Ik zeg daar dat God vaak beschreven wordt in mannelijke vorm, maar onze menselijke ideeën over sekse verre te boven gaat. Hijzelf gebruikt de metafoor van een moeder die haar baby aan haar borst koestert en voedt om Zijn tedere gevoelens voor Zijn volk te communiceren:

"... "Verheugt u met Jeruzalem en juicht over haar, gij allen die haar liefhebt. Verblijdt u over haar met blijdschap, gij allen die over haar treurt, opdat gij zuigt en u laaft aan haar vertroostende borst, opdat gij met volle teugen u laaft aan haar rijke moederborst. Want zo zegt de Here: Zie, Ik doe haar de vrede toestromen als een rivier en de heerlijkheid der volken als een overvolle beek; dan zult gij zuigen, gij zult op de heup gedragen en op de knieen gekoesterd worden. Zoals iemands moeder hem troost, zo zal Ik u troosten, ja, in Jeruzalem zult gij getroost worden. Als gij het ziet, zal uw hart zich verblijden, en uw gebeente zal gedijen als het jonge groen; de hand des Heren zal zich aan zijn knechten doen kennen en Hij zal toornen op zijn vijanden. ..."
Jesaja 66:10-14 (nadruk toegevoegd)

Wat mij opvalt in dit gedeelte, is hoe Jeruzalem – dat mijns inziens hier ook model staat voor de Gemeente van Jezus Christus – en God Zelf hier in elkaar overgaan. De vrede – Shalom – stroomt van God uit naar de Gemeente toe, en God Zelf zal ons troosten, maar het gebeurt in en via de gemeente. We worden aan haar borst gelaafd door God, staat er in feite. Ik kan dit niet anders lezen dan dat God Zijn vrede vaak aan ons meedeelt via de ander.

Een vriend mailde me in reactie op m'n epistel, destijds over het teruggaan naar onze ruïnes, het volgende:

"... Dat we een kerk mogen zijn die Jesaja 58:12 vervult:
'En de uwen zullen de overoude puinhopen herbouwen,
de grondvesten van vorige geslachten zult gij herstellen,
en men zal u noemen: Hersteller van bressen,
Herbouwer van straten om te bewonen.'"

In verband hiermee valt het me op hoe het verhaal van die twee kerels uit het Oude Testament, die teruggingen naar hun ruïnes, hoe dat verhaal verder ging (zie o.a. Nehemia 3 en 4). Ze werden door God gebruikt om een aantal mensen te bemoedigen die de moed al bijna hadden opgegeven. En samen, schouder aan schouder, ruimden ze de rommel van het verleden op en bouwden ze hun nieuwe veiligheid op. Dit hielp hen ook toen er tegenstand kwam. Er werden wachtposten uitgezet, en bij dreiging werkte ieder met een wapen aan z'n zijde, en in één gesloten front. Dát werd door God gebruikt om hen te beschermen tegen de vijandelijke aanvallen. Want, ja, zoals ik hierboven ook al zei: ook toen al was er weerstand tegen 't opruimen van de troep en tegen het nieuw bouwen van een goede, veilige plek om in vrijheid en vrede te kunnen leven en wonen. Maar stapje voor stapje leidde en beschermde God hen, zodat ze er met succes doorheen kwamen!

Merk op hoe deze beide mannen, Ezra zowel als Nehemia, (op een specifiek moment) door God in hun gebed geleid werden om naar de puinhopen terug te gaan. Ze gingen niet zomaar in het wilde weg. Ze waren afgestemd op God wat betreft de timing en de hele gang van zaken. Dat is ook voor ons belangrijk, als we 't hebben over het teruggaan naar onze puinhopen en het beginnen met de herbouw.

Het begrip 'hoop' speelde en speelt nog steeds een grote rol hierin. Mijn vriend, degene die me wees op Jes.58:12, herinnerde me ook aan deze hoop, die zo mooi wordt weergegeven in Psalm 144:14b-15:

'Beschermende muren zullen niet neergehaald worden,
niemand zal in gevangenschap geleid worden of moeten vluchten,
er zal geen angstschreeuw in onze straten zijn.
Gezegend zij het volk waarvoor dit geldt;
gezegend is het volk die God JHWH (de AANWEZIGE) aanbidden.'
(mijn geparafraseerde vertaling; AHR)

In onze aanbidding van JHWH, de AANWEZIGE, de ALMACHTIGE, en in onze verbondenheid met Hem – door het bloed van Jezus bewerkt – ligt een sleutel om samen Zijn vrede te ontvangen en te laten stromen. Dan zullen ook zij, die nooit deze vrede gekend of ervaren hebben, ervan kunnen proeven.

Het ligt dus niet aan ons. Wij hoeven in feite niet veel te doen. Moge dat u tot troost zijn, als u mogelijk denkt: "wat kan ik nou betekenen?" We kunnen er allemaal gewoon zijn. We mogen ons simpel in aanbidding aan God geven en openstellen voor die rivierstroom van Zijn vrede.

God zegene u daarin!

Ja, als pastoraal werkers mogen we de mensen zegenen in het er zijn, met en naast de ander. We mogen de contacten die ze hebben zegenen, en we mogen relatievaardigheden zegenen. En dan bedoel ik dat zegenen zowel in de geestelijke zin: het goede namens God over hen uitspreken, als in een natuurlijke zin: gewoon stimuleren, helpen te gaan doen, e.d.
Ik heb namelijk gemerkt dat het enorm veel uitmaakt of mensen goede contacten hebben binnen het Lichaam van Christus – de universele Gemeente met een grote G. Mensen die naast pastorale gesprekken ook gewoon kleine stukjes van hun leven met anderen kunnen delen, samen dingen doen of wat dan ook samen beleven, die blijken veel gemakkelijker hun oude pijn te kunnen verwerken dan zij, die ook zulke 'gewone' relaties moeten ontberen. Zoals Larry Crabb in zijn boek Verbondenheid beschrijft dat een 'gewone' ontmoeting soms meer kan doen dan vele diepgaande psychotherapeutische sessies6. Vandaar dat ik ben gaan letten op de relaties die mensen al dan niet hebben, en hen ben gaan stimuleren in elk beginnetje van contact wat ik zie ontluiken. Ja, want ik droom met m'n vriend, dat we inderdaad in het groot zowel als in het klein een Gemeente en gemeenten mogen zijn waar Gods heilzame vrede vloeit als een overvolle rivier! Zodat mensen samen en op Gods tijd de oude puinhopen met genoegen kunnen opruimen, en veilige woonstraten en een heerlijke tempel – een gelegenheid om God te aanbidden – kunnen bouwen!


Voetnoten:

1 Steven Earll van Pure Intimacy (.org) geeft een uitgebreide analyse van het soort gezinssituaties die kunnen leiden tot trauma en vormen van niet-welbevinden, in: Family Trauma and Addictions: Why Do People Become Addicts? (neem ook de vervolgdelen mee, of kies de print versie).
Een andere interessante suggestie voor de manier om naar de wortels van ons disfunctionele gedrag te kijken geeft Rob Jackson in: Beneath the Surface of Our Behavior – The Iceberg Method to Understanding Intimacy Disorder (plus vervolgdelen, of de print versie).
2 Kathy Steele, 'Not Memory Alone: The Realization of Trauma', in Metropolitan Psychotherapy Associates News, Issue 8, Fall 2002.
Zie ook het artikel van : Kathy Steele, Onno van der Hart en Ellert R.S. Nijenhuis: 'Dependency in the Treatment of Complex Posttraumatic Stress Disorder and Dissociative Disorders', oorspronkelijk gepubliceerd in: Journal of Trauma and Dissociation, 2(4), pp.79-116.
3 Zie o.m. de volgende publicaties van Peter Fonagy:
Attachment and Borderline Personality Disorder: A Theory and Some Evidence (document in .rtf format), onder mede-auteurschap van Mary Target en George Gergely.
Attachment, the development of the self, and its pathology in personality disorders, in: Psychomedia;
Pathological Attachment and Therapeutic Action, paper to the Developmental and Psychoanalytic Discussion Group, American Psychoanalytic Association Meeting, Washington DC, 13 May 1999, on the website of the Dallas Society for Psychoanalytic Psychology; (also available from PsycheMatters)
Transgenerational Consistencies of Attachment: A New Theory, paper to the Developmental and Psychoanalytic Discussion Group, American Psychoanalytic Association Meeting, Washington DC, 13 May 1999.
Dat slechte vroege hechting later kan leiden tot het misbruiken van anderen behandelt hij in: Male Perpetrators of Violence Against Women: An Attachment Theory Perspective (document in .rtf formaat); Attachment, Reflective Function, Conduct Disorders and Violence (document in .rtf formaat); en: Attachment in Infancy and the Problem of Conduct Disorders in Adolescence: the Role of Reflective Function (document in .rtf format).

Zie ook de scherpe analyse die Alice Miller geeft van de achtergronden waaruit het dictatorschap van mensen als Hitler en Ceausescu kon ontstaan en floreren, in haar web-artikel: Childhood Trauma, op de site van The National Child Project; en in haar boeken: In den beginne was er opvoeding, De muur van zwijgen, of de Engelste titel: Breaking Down the Wall of Silence: The Liberating Experience of Facing Painful Truth (geschreven met Simon Worrall).

4
2010-04-28
Zie bijv. Dorothée Out, Parenting unraveled: predictors of infant attachment and responses to crying, PhD dissertatie, Faculteit Sociale en Gedragswetenschappen, Universiteit van Leiden, 25 maart 2010.
Op basis van uitgebreid literatuuronderzoek stelt de onderzoekster dat ouders die hun eigen (jeugd)problemen niet verwerken, een grotere kans hebben om in hun kinderen gedesorienteerde hechting uit te lokken (gedesorienteerde hechting is de vorm van onzekere hechting die tot de meeste psychopathologie op latere leeftijd leidt). Haar eigen onderzoek aan de hand van reacties van ouders op huilgeluiden bevestigde dit. De ouder die eigen problematiek niet verwerkt heeft, raakt zelf overstuur van het gehuil en is dan niet meer adequaat op het kind gericht. De ouder die eigen problematiek wel verwerkt heeft kan veel beter omgaan met een huilende baby en van nature deze beter geruststellen.
Zie hierbij ook: D. Out, M.J. Bakermans-Kranenburg, M.H. van IJzendoorn, ‘The role of disconnected and extremely insensitive parenting in the development of disorganized attachment: validation of a new measure’, Attachmt & Human Developmt, Sept 2009; Vol.11, Nr.5; p.419-443.
Ook de titel van Sandra D. Wilson’s boek: Hurt people hurt people (gewonde mensen wonden mensen), is wat dit betreft veelzeggend. Zie ook het boek van Valerie McIntyre: Schapen in Wolfskleren – Hoe ‘overdracht’ van onverwerkte emoties relaties kan beschadigen.
2008-02-25
Een Oud-Testamentisch Hebreeuws aspect hiervan kwam ik tegen in een leskrant van Studiehuis Reshiet over PESACH-SHAWUOTH 2007. In een stukje over verschillende varianten van woordstudie las ik daar het volgende (p.3):
"Bij interne letterkundige ontleding let men op de samenstellende letters om mogelijk vanuit de letterbetekenis (of letterwaarde) de woordbetekenis te verhelderen: zo duidt de in (shálom) er op dat er geen vrede kan zijn als men het verleden verdringt: het verleden moet verwerkt, vermalen [worden] ('Shin' betekent 'tand')."
5
2009-04-30
De tekst van het tweede gebod in Exodus 20:4-6 is hier soms niet helemaal goed begrepen, mede door een zeer ongelukkige vertaling, zeker in de NBV :-( . Er is wel over gesproken als over 'de generatievloek'. Het lijkt dan, of God erop uit is om zonden tot in volgende geslachten te straffen. Wat mijns inziens uit de Hebreeuwse grondtekst blijkt, is dat God de zonde (dat wat van ons uit scheiding maakt tussen Hem en ons) (die inderdaad in volgende generaties doorwerkt) juist wil opsporen en verwijderen (om die doorwerking te stoppen). Hij wil ons vrij laten functioneren, niet gehinderd door de zonde van onszelf of onze voorouders. In Jezus heeft Hij deze bevrijding volledig bereikbaar gemaakt voor ons.
Op Habakuk.nu is dit misverstand ook besproken. D. Gorter merkt daar terecht op: "De NBV-vertalers hebben het Hebreeuwse woord 'Paqad' (פקד; AHR) vertaald met 'laten boeten'. Zo houden zij het beeld vast, dat de mens (voor eeuwig liefst) moet boeten voor zijn ontaarding (vorm van ongerechtigheid); ook het woord 'schuld' is hier zwaar beladen met de theologische denkkaders van de vertalers. En het is ... doeltaal-gericht. Deze vertaling sluit aan bij het rechtvaardigheids-gevoel van de borreltafel, in plaats van het Hebreeuws zo goed mogelijk weer te geven. Exodus 20 wordt tegen het volk Israël gezegd, dat Jahweh kende. Het woord 'haten' is in het Hebreeuws 'Shana' (שנא; AHR) en heeft de betekenis van 'op de tweede plaats stellen' (of 'afweren'; AHR). Het heeft er dus mee te maken, dat Jahweh niet wilde, dat het volk Hem op de tweede plaats stelde. Het woord 'Paqad' betekent eigenlijk 'opzoeken'. Daarmee wordt duidelijk, dat Jahweh het kwaad opzoekt en wegdoet. Dat is iets heel anders dan 'de geslachten straffen of laten boeten tot in het 3e en 4e aan toe'. Jahweh wil de geslachten verlossen van het kwaad en blijft het daarom opzoeken, net zo lang tot het volledig weggedaan is. Hem staat het redden van Zijn volk voor ogen, niet het straffen."
Marc! voegt eraan toe: "... Dus dan is het heel belangrijk, dat we ook plaatsvervangend vergeving vragen voor de zonde van onze voorouders en daarna voor onze eigen zonde en op deze manier kan je die generatievloek ontkrachten. Doen we dat niet, dan kan die generatievloek gewoon doorwerken, want dan hebben die boze geesten legale(wettige) grond om in die generatie door te gaan. Maar als we afrekenen met de zonde van onze voorouders en onze zonde, dan heeft de vijhand geen legale grond meer, dus dan moet hij die generatie loslaten en dan is die generatievloek verbroken. Dit zijn echt bijbelse principes."
Zie ook de weblog van André Piet hierover.
6 In zijn boek Verbondenheid geeft Larry Crabb het voorbeeld van een confident die hij door vele diepgaande sessies heen geholpen had om z'n leven weer op een goed spoor te krijgen. Als hij deze man jaren later weer eens ergens tegenkomt, spreekt deze niet over de diepe sessies, maar bedankt Larry wel voor het feit dat hij hem een keer in 't park gewoon begroet had. Een 'gewone' vriendelijke geste (in plaats van afstandelijkheid) had meer indruk achtergelaten dan die diepe sessies.

Voor verdere studie

Willy Bakker-Huizenga, Verdriet moet zo gauw over zijn – Lijden en lijden is niet twee, maar duizend; gepubliceerd in het kwartaalmagazine Groei.

Rita Bennett, Innerlijke genezing voor jezelf en anderen – praktische richtlijnen, Deel 3, Coconut, Almere, 2008; ISBN 978-90-72698-05-6 (vertaling, door Karin Spoelstra en Martin Tensen, van: Making peace with your inner child, Fleming H. Revell,
Old Tappan NJ USA / Kingsway, Eastbourne GB, 1987
).

Signa Bodishbaugh (met Conlee Bodishbaugh), Intimiteit: illusie of werkelijkheid – Hoe de leegte in je hart wordt vervuld, Coconut, Almere, 2004; ISBN 90-807586-3-9 (vertaling, door Martin Tensen, van: Illusions of Intimacy, Journey Press / Sovereign World, Mobile, Alabama, USA, 2004; ISBN 1-85240-375-6; see also the info-sheet about it Adobe Acrobat Document at Sovereign).

Signa Bodishbaugh, Op weg naar heelheid in Christus – een reisgids voor 40 dagen, Coconut, Almere, 2003; ISBN 90-807586-1-2; (vertaling door Martin Tensen, van: The Journey to Wholeness in Christ – A devotional adventure to becoming whole, Chosen Books / Baker Book House, Grand Rapids MI USA, 1997; 2nd printing, May 2000; 3rd Printing available from Journey Press, Mobile Alabama, 2003).

Anne van der Bijl, Bouwen in een verscheurde wereld – Lessen over leiderschap geleerd uit het leven van Nehemia, Gideon, Hoornaar, 1982; ISBN 90 6067 205 4 (vertaling door M. Muusse-de Pater en L.M. Hamoen-de Bree, van: Building in a broken world, Open Doors Int'l, USA, 1980).

Judson Cornwall & Michael S.B. Reid, Wiens liefde is het eigenlijk?, Sharon, Waddinxveen NL, 199x; (vertaling van: Whose love is it anyway?, Sharon, Pilgrims Hatch Brentwood Essex GB, 1991).

Larry Crabb, Zoektocht naar God, Medema, Vaassen NL, 1995; Nederlandse vertaling door Leontien Elbers-Savert, van: Finding God, Zondervan, 1993.

Larry Crabb, Verbondenheid, Navigator Boeken / Medema, Driebergen / Vaassen, 1998; (vertaling, door Rob van Stormbroek, van: Connecting – Healing for ourselves and our relationships; a radical vision, Word Publishing, Nashville Tennessee USA, 1997).

Larry Crabb & Dan Allender, Bemoedigen doet goed – De pastorale opdracht van de gemeente, Navigator Boeken, Driebergen NL, 1995; ISBN: 9070656655 (vertaling door Evert W. van der Poll, van: Encouragement, the key to caring, Zondervan, Grand Rapids MI, USA, 1984).

Andrew Comiskey, Kracht in zwakheid, Telos-reeks, Medema, Vaassen, 2004; ISBN 90-6353-435-4; (vertaling van: Strength in Weakness – Healing Sexual and Relational Brokenness, Inter Varsity Press, Downers Grove IL, USA, 2003; ISBN 0-8308-2368-9).

Jane Hansen, Marie Powers, Bestemd voor intimiteit – Gods prachtige blauwdruk voor man en vrouw, Bread of Life, Vlissingen NL, 2000; ISBN 90-75226-27-6 (vertaling door Maria J. Neeteson, van: Fashioned for Intimacy, Regal Books (Gospel Light publ.), Ventura California USA, 1997; ISBN: 0830723218).

Voorblad van: 
Hunkeren naar Gods volheid

Jack Hayford, Hunkeren naar Gods volheid, Gideon, Hoornaar NL, 1991 (vertaling door Hans Cornelder, van: A passion for fullness, Word, USA, 1990).

Judith Lewis Herman, Trauma en herstel – de gevolgen van geweld van mishandeling thuis tot politiek geweld, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 1993; ISBN: 90-284-1653-6; (vertaling van: Trauma and Recovery: From Domestic Abuse to Political Terror, Basic Books (Harper Collins), 1992; Reprint edition, 1993; ISBN 0465087663; Rivers Oram Press/Pandora List edition, 1998; ISBN: 0863584047; 2001 edition: ISBN: 0863584306).

Dick van Keulen, Jezus hanteert Vaders zakdoek – over verdriet en blijdschap; zie ook: "Here, ik kan er zelf niet uitkomen – komt U er maar in" – Ella-Maria van Blijderveen in gesprek met ds Dick van Keulen; beide gepubliceerd in het kwartaalmagazine Groei.

Max Lucado, Niemand is zoals jij, Ark Boeken, Amsterdam, 2004; ISBN 90338 28944 (vertaling, door Marieke Hermans - van Rijn, van: You are special, Crossway, USA / Angus Hudson, London, 1997); een vereenvoudigde pocket-uitgave is ook beschikbaar: ISBN 90338 1424-2.

Brennan Manning, Kind aan huis – Verlangen naar intimiteit met God; Navigator Boeken, ISBN: 9076596417; (vertaling van: Abba's Child – the cry of the heart for intimate belonging, NavPress, Colorado USA, 1994).

Brennan Manning, Het Zwervers-Evangelie, Navigator Boeken, Driebergen, 2002; ISBN 90-76596-42-5; (vertaling, door Bep de Wit - de Waard, van: The Ragamuffin Gospel – embracing the unconditional love of God, Multnomah Books / Questar, Sisters Oregon USA, 1990 / SP Trust - Alpha, Aylesbury Bucks GB, 1997).

Tom Marshall, Healing from the inside out – understanding God's touch for spirit, soul and body, Sovereign World, Chichester West Sussex GB / USA, 1988.

Tom Marshall, Betere Relaties – hoe nieuwe relaties groeien en beschadigde relaties hersteld kunnen worden, Shalom Books, Putten, NL, 1992; ISBN 90-73895-07-3 (vertaling van: Right Relationships – a Biblical foundation for making and mending relationships, Sovereign World, Chichester, GB, 1989; ISBN 1-85240-034-X). Zie ook: het hoofdstuk over vertrouwen, uit dit boek op de site van Stichting Promise.

Valerie J. McIntyre, Schapen in Wolfskleren – Hoe 'overdracht' van onverwerkte emoties relaties kan beschadigen, Navigators, 2003; ISBN 90-76596-336; (vertaling, door Martin Tensen, van: Sheep in Wolves' Clothes – How unseen need destroys friendship and community and what to do about it, Pastoral Care Ministries / Hamewith Books - Baker Book House, Grand Rapids MI USA, 1996/1999).

Alice Miller, Het drama van het begaafde kind – op zoek naar het ware zelf, Van Holkema en Warendorf - Unieboek, Houten NL, 1981 / 2001 (24ste druk); (vertaling, door Tinke Davids, van: Das drama des begabten Kindes und die Suche nach dem wahren Selbst – eine Um- und Fortschreibung, 1979; ook beschikbaar in het Engels: The Drama of Being a Child: The Search for the True Self, ISBN 1860491014).

Guus Molenaar, Hoe vreselijk is het.... – over verlies en rouw, op de site van Stichting Promise.

Henri Nouwen, Eindelijk thuis – gedachten bij Rembrandt's 'De terugkeer van de verloren zoon', Lannoo, Tielt, 2000 (bewerkt door Evert vdr Poll; Engelstalige uitgave: The return of the prodigal son, 1988).
Enkele citaten uit dit boek zijn tot een artikel bewerkt: Henri Nouwen, Een leven zonder lijden is niet mogelijk - 'Ik begin in te zien dat bidden in grote mate treuren is'; gepubliceerd in het kwartaalmagazine Groei.

Henri J.M. Nouwen, In de naam van Jezus – Over pastoraat in de toekomst, Oase - Lannoo, Tielt B, 1989; ISBN 90 209 1646 7 (vertaling, door Margreet Stelling, van: In the Name of Jesus – reflections on Christian leadership, Crossroad, New York USA, 198x).
Voorblad van: 
The Wounded Healer

Noot: Een geweldig fijn en inspirerend boekje van Henri waarin doorschijnt hoe God ons mensen gebruikt – juist in al onze eenvoud.

Henri J.M. Nouwen, The Wounded Healer – ministry in contemporary society (De gewonde genezer – pastoraat in de huidige maatschappij), Doubleday, New York USA, 1972 (Reissue edition: Image Books, 1979); ISBN 0-385-14803-8.
Dit korte, maar excellente boek bestaat uit vier hoofdstukken, waarin Henri Nouwen vier gezichtspunten weergeeft op de rol van een pastorale bediening in deze wereld; vier gezichtspunten die toch ook weer één zijn.
In mijn artikel Gewonde genezers geef ik een vrij uitgebreide samenvatting van dit boek.

Leanne Payne, Herstel van identiteit – door genezend gebed (de Engelse versie heeft als subtitel: De drie grote barrières op de weg naar persoonlijke en geestelijke vervolmaking in Christus), Navigator Boeken, 2000; ISBN: 9070656957 (vertaling door Martin Tensen van: Restoring the christian soul – through healing prayer (Overcoming the three great barriers to personal and spiritual completion in Christ), Crossway Books, Wheaton Ill USA, 1991).

Leanne Payne, Gods Tegenwoordigheid geneest, Kok Voorhoeve, Kampen NL / Carmelitana, Gent B, 1997. ISBN: 9029714395 (vertaling door Martin Tensen van: The Healing Presence, Crossway Books, Wheaton Ill USA / Baker Book House, Grand Rapids MI USA, 1989/1995).

Leanne Payne, The broken image – Restoring sexual wholeness trough healing prayer, Kingsway Publications, 19.. .

Leanne Payne, Crisis in mannelijkheid, (vertaling van: Crisis in masculinity, Crossway Books / Good News Publ., Westchester Illinois USA, 1985 / Kingsway, Eastbourne E.-Sussex GB, 1988).

Zac Poonen, Radiating His Glory, Kingsway, Eastbourne E.-Sussex GB, 1982.

Bert Reinds, Hard werken – de manier om gevoelens te ontvluchten; en Pa, heb je even tijd voor mij? – een artikel voor vaders die willen veranderen; beide artikelen op de site van Groei.

Wim Rietkerk, De kunst van het loslaten en: God is in het verborgene aanwezig; beide gepubliceerd in het kwartaalmagazine Groei.

J. Oswald Sanders, Enjoying intimacy with God, Moody Press, Chicago USA, 1980.

J. Oswald Sanders, Facing loneliness – the starting point of a new journey, Highland Books, Crowborough East-Sussex England, 1988 / Discovery House, Grand Rapids MI USA, 1990.

Paul D. Stanley, J. Robert Clinton, Connecting – The mentoring relationships you need to succeed in life, Navpress, Colorado Springs, USA, 1992. ISBN 0-89109-638-8.

Tommy Tenney, Achter God aan, met als subtitel: "Mijn ziel smacht naar U", Sjofar Boek en Muziek, Utrecht, 2001; ISBN: 90 6823 030 1 (vertaling door Bep Fontijn-Donatz van: The God Chasers, Destiny Image Publ., Schippensburg PA, USA, 1998.

Anna A.A. Terruwe, Geef mij je hand – over bevestiging, sleutel van menselijk geluk, De Tijdstroom, Lochem NL, 1972.

Anna A.A. Terruwe, Geloven zonder angst en vrees, Romen, Roermond NL, 1971.

Anna A.A. Terruwe, De liefde bouwt een woning, J.J. Romen & Zonen, Roermond NL, 1971.

Paul Tournier, Leer stil te worden voor God – Belangwekkende citaten van deze Zwitserse arts en psycholoog, verzameld door Marleen Ramaker; gepubliceerd in het kwartaalmagazine Groei.

John Townsend, Tussen vlucht en verlangen, Coconut, Almere, 2005 (vertaling van: Hiding from Love (We all long to be cared for, but we prevent it by -) – How to change the withdrawal patterns that isolate and imprison you, NavPress, USA, 1991 / Scripture Press, Amersham-on-the-Hill Bucks England, 1992. ISBN 1-872059-68-6).

A.W. Tozer, Het kennen van de Allerhoogste, Pieters, Groede NL, 1985; (vertaling van: The knowledge of the Holy).

Ingrid Trobish, De verborgen kracht – Geworteld zijn in de zekerheid van Gods liefde, Kok Voorhoeve, Kampen NL, 1989; ISBN 90 297 0943 X; (vertaling, door Aafje Beijer, van: The Hidden Strength – Rooted in the Security of God's Love, Here's Life, San Bernardino, 1988).

  voorblad van:
Met vreugde man zijn

E. James Wilder, Met vreugde man zijn – groeien naar volwassenheid, Archippus, Enschede, 2007; (vertaling van: (The Complete Guide to) Living with Men – Keep Growing and Stay Lovable, Shepherd's House Publishing, Pasadena CA, USA, 1993/2004; ISBN 0-9674357-5-7).

E. James Wilder, The Red Dragon Cast Down – A Redemptive Approach to the Occult and Satanism, Chosen (Baker Book House), Grand Rapids, MI, 1999; ISBN 0-8007-9270-X.

Sandra D. Wilson, Hurt people hurt people – (Gewonde mensen wonden mensen) met als subtitels: When your pain causes you to hurt those you love en: Hope and healing for yourself and your relation­ships, Thomas Nelson, Nashville Tennessee, USA, 1993; ISBN 0-8407-7746-9.

Sandra D. Wilson, Released from shame – Recovery for adult children of dysfunctional families, (ACDF's), People Helper Books series (Gary R. Collins, ed.), IVP, Downers Grove Ill USA, 1990.

Sandra D. Wilson, Shame-free parenting – Are you trying to love your children a lot when you don't like yourself even a little?, IVP, Downers Grove Ill USA, 1992.

Sandra D. Wilson, Counseling Adult Children of Alcoholics, (ACOA's), Resources for Christian Counseling Vol.21 (ed. Gary Collins), Word Books, Dallas USA, 1989. (specially Ch.9 - Reclaiming the emotions: learning to feel, p.133-148 & Ch.11, Counseling for respectful relationships, p.170-191).

Janet Geringer Woititz, Struggle for Intimacy, Health Communications, Deerfield Beach Florida USA, 1985.

Op de christelijke site: Jezelf terugvinden.... vind je ook bemoedigende artikelen van en voor mensen die geleden hebben onder emotionele verwaarlozing en misbruik, zoals: wat is emotionele verwaarlozing, God als vader, en de rol van verdriet in het genezingsproces.


Meer informatie of suggesties

Voor meer informatie, of uw reactie op het bovenstaande, kunt u contact met me opnemen via e-mail: andre.roosma@12accede.nl.


home  of  terug naar de artikelen index

Bedankt voor uw belangstelling!

© André H. Roosma , Accede!, Zoetermeer, 2003-12-22 / 2010-04-28; alle rechten voorbehouden.