Accede!
Ideeën en bemoedigingen voor gewonde helpers verbonden met een heelmakende God

Gezinsleven en persoonlijkheidsontwikkeling

André H. Roosma
updated: 2008-04-29

Een ander exposé - over ons levensdoel en het onderhouden van een vertrouwelijke relatie met God - eindigde met de opmerking dat God een heel natuurlijk ontwikkelingspad voor ons in gedachten had. Een pad, dat ons zou leiden naar het aangaan van die vertrouwelijke relatie met Hem. In dit verhaal wil ik u een impressie geven van wat ik daarmee bedoel.

Enkele aspecten van Gods ontwerp: relatie is het sleutelwoord van begin tot eind

Gegeven dat God naar relatie met ons verlangt, zoals we in dat andere verhaal zagen, is het te verwachten dat Hij ook wegen heeft bedacht om ons ermee vertrouwd te maken en te leren zo'n vertrouwelijke relatie met Hem te hebben.

Wat was Gods bedoeling voor het begin van ons leven? Het begon met Zijn visie op het gezin - het gezin dat begint met een man en een vrouw die zich in liefde verenigen. Vanuit die verbondenheid en eenheid - fysiek innig beleefd in geslachtsgemeenschap - wordt een nieuw mensje gevormd. Deze kleine man of vrouw gaat dan door een aantal stadia in zijn of haar groei naar volwassenheid.

De eerste negen maanden is hij of zij (ik vind 't niet prettig om een baby aan te duiden met "het") veilig beschermd en verborgen in de baarmoeder van de moeder. Daar kunnen alle basale lichaamsdelen gevormd worden en groeien, mede door goede voeding, zorg en liefde die hij of zij daar ontvangt. Voor mij weerspiegelt dat veel van de tederheid in Gods karakter. Daar, ook, ervaart het kind al of het gewenst en veilig is, of niet.

Dan, op een dag, vindt er een groots gebeuren plaats: de geboorte van dit nieuwe kindje. Deskundigen vanuit een veelheid van achtergronden zijn het er inmiddels over eens dat het meest natuurlijke wat er dan kan gebeuren is dat de pasgeboren baby eerst op de borst van zijn of haar moeder wordt gelegd. Hier vindt de eerste uitwendige hechting plaats tussen het -nu zichtbare- kind en de moeder. In dit gebeuren kunnen we veel leren van de zorgvuldige observaties van de ontwikkelingspsycholoog John Bowlby (1909-1990) en degenen die zijn werk later hebben voortgezet. Wat zij zagen gedurende vele uren aanwezig zijn bij deze pasgeborenen en hun moeders in gezonde gezinnen, was dat moeder en kind vanaf dat allereerste begin betrokken zijn in een wederzijds verrijkende en geruststellende relatie. (Men merke op dat dit waarneembare feit in de traditionele psychologie gewoonlijk wordt ontkend. Men ziet daar de moeder-kind relatie als eenzijdig: de moeder geeft en voedt het kind en het kind zou alleen uiterst afhankelijk zijn en niet in staat om actief betrokken te zijn in een wederzijdse relatie. Daarmee verwaarloost men ook de enorme invloed van het kind op de moeder in deze fase. Mocht u nog twijfelen over deze visie, vraag dan eens een ongewild kinderloos echtpaar om naar zo'n geboorte en de eerste momenten erna te kijken en hun emoties te beschrijven. Gegarandeerd ontdekt u hoeveel het kind aan de moeder - en iets indirecter ook aan de vader - geeft!) In de vele situaties die Bowlby en de zijnen bekeken werd de moeder heel natuurlijk en zonder uitzondering vertederd en meestal ook verblijd door de baby op haar borst. Ze reageert dan ook meestal direct met het kind te strelen, waarop de baby heel duidelijk reageert door meer ontspannen te worden, door kleine beweginkjes e.d. Deze zijn voor de moeder weer duidelijke uitingen van tevredenheid van de baby. Gestimuleerd door deze reactie, wordt zij weer nog enthousiaster, etcetera. Voor beiden is het of de pijn en moeite van het geboorteproces van zoëven totaal weg is. Ook de rest van de wereld valt weg, terwijl ze totaal opgaan in het plezier beleven aan hun relatie.

Wat deze zorgzame wetenschappers ook zagen, was dat dit alles sterk gestimuleerd werd als de vader fysiek én vooral ook emotioneel aanwezig was en de moeder ondersteunde in haar zorg voor de baby. Het is in deze momenten, voor zover al niet in de baarmoeder, dat de baby intuïtief ervaart dat de zorg en het inlevingsvermogen van zijn of haar moeder ondersteund worden door een vader die er voor haar en de baby is, al is het soms meer op de achtergrond.

Drie typen emoties en gedragingen

Wat Bowlby en de zijnen verder observeerden, was het gedrag van een baby of klein kind dat zich zeker en veilig voelt in de zorg en opmerkzaamheid van zijn of haar moeder of andere belangrijke verzorger (verontschuldig me als ik meestal eenvoudig 'moeder' schrijf als ik de meest belangrijke verzorger bedoel). Vanuit deze basis-ervaring van zekerheid en veiligheid (men spreekt wel van basis-veiligheid of basis-zekerheid) zal een baby zich meestal blij en ontspannen gedragen, gemakkelijk socialiseren en de wereld om zich heen verkennen. Bowlby noemde dit gedrag zekere basis gedrag (Engels: secure base behaviour).

Als het kind de aandacht van de moeder even mist, ervaart hij of zij een vorm van angst of onzekerheid (de meest fundamentele vorm van wat bekend staat als scheidings- of verlatingsangst - Engels: separation anxiety). Het kind houdt dan op met het zekere basis gedrag, en begint een gedrag dat gericht is op het herwinnen van de aandacht van de moeder. Voor een kleine baby kan de enige manier om dit te doen zijn: te huilen. Later kan het kind ook de moeder zoeken of zich aan de moeder vastklampen als ze uit de kamer weg dreigt te gaan. Dit gedrag noemde men hechtings- of verbondenheidsgedrag (attachment behaviour), omdat het gericht is op herstel of instandhouding van de hechting of verbondenheid die het kind tevoren ervoer.

In het geval de moeder steeds weer, consistent, geen aandacht schenkt aan deze vraag om aandacht, kan het kind diep ontmoedigd raken en zich zelfs totaal afsluiten. Hij of zij kan dan een passief vermijdende (passive avoidant) gedragsstijl gaan vertonen, met geremde emotionele expressie (hoewel andere functies ongeremd aanwezig kunnen zijn). Zelfs als de moeder terugkeert zal het kind dat in deze toestand is de moeder niet toestaan hem of haar te troosten. Het kind kan zelfs doen alsof het de moeder niet herkent, haar verwerpen, en haar pogingen om de relatie te herstellen negeren.

Dit alles wordt samengevat in het volgende diagram:

Een fundamentele ervaring van vrede en bekrachtiging

De krachtige ervaring van een baby die tot rust komt aan de borst van zijn of haar moeder is een bekende metafoor geworden voor een ervaring van diepe vrede en voldoening. De grote koning David van Israël, bijvoorbeeld, kende de diepe ervaring van vrede in de tegenwoordigheid van God. Het was een vrede die hem nederig maakte om zijn mensen te dienen. Hij gebruikte precies deze metafoor om te beschrijven wat hem ervan weerhield om naast z'n schoenen te gaan lopen en wat hem een bron van hoop gaf voor zijn volk, toen hij schreef:
"... ik heb mijn ziel tot rust en stilte gebracht als een kind dat net lekker gedronken heeft bij zijn moeder en verzadigd is geworden ..."
© Fotografie Ben de Haas, Fotostudio Leeman; met dank aan de stichting Zorg voor Borstvoeding

"Een bedevaartslied. Van David. Here, mijn hart is niet hovaardig, mijn ogen zijn niet trots; ik wandel niet in grootse dingen, noch in dingen die te wonderbaar voor mij zijn. Immers heb ik mijn ziel tot rust en stilte gebracht als een gespeend kind bij zijn moeder; als een gespeend kind is mijn ziel in mij. Israël hope op de Here van nu aan en voor immer."
Psalm 131 (nadruk toegevoegd)

God zelf - vaak beschreven in mannelijke vorm, maar onze menselijke ideeën over sekse verre te boven gaand - gebruikt ook deze metafoor om Zijn tedere gevoelens voor Zijn volk te communiceren:

"... "Verheugt u met Jeruzalem en juicht over haar, gij allen die haar liefhebt. Verblijdt u over haar met blijdschap, gij allen die over haar treurt, opdat gij zuigt en u laaft aan haar vertroostende borst, opdat gij met volle teugen u laaft aan haar rijke moederborst. Want zo zegt de Here: Zie, Ik doe haar de vrede toestromen als een rivier en de heerlijkheid der volken als een overvolle beek; dan zult gij zuigen, gij zult op de heup gedragen en op de knieën gekoesterd worden. Zoals iemands moeder hem troost, zo zal Ik u troosten, ja, in Jeruzalem zult gij getroost worden. Als gij het ziet, zal uw hart zich verblijden, en uw gebeente zal gedijen als het jonge groen; de hand des Heren zal zich aan zijn knechten doen kennen en Hij zal toornen op zijn vijanden. ..."
Jesaja 66:10-14 (nadruk toegevoegd)

De tedere, bevestigende glimlach en verheerlijkte blik in de ogen van een (geestelijke gezonde) moeder jegens haar kind is wat pastoraal deskundige Leanne Payne noemt de navelstreng voor de ziel van het kind, waardoor het een gezonde identiteit kan ontwikkelen.
Deze communicatie van moeder naar kind kan in de gezonde situatie heel krachtig en levenbrengend zijn. Essentieel hierin is dat het kind ervaart dat hij of zij er gewoon mag zijn. Hij of zij hoeft niet te presteren om geliefd te zijn. Er is geen reden om angstig te zijn dat je afgesneden wordt van de bron van liefde. Daarom speelt het koesteren en voeden hierin ook een rol: daardoor ervaart het kind heel tastbaar, heel fysiek voelbaar, dat die liefde hem of haar toestroomt (merk hierbij op hoe gevoelig juist de lippen en de mond zijn!).

Er valt in deze veel te leren van de gang van zaken in een Israëlisch gezin in de vroegere tijden. De opvatting daar was, dat een kind tot een jaar of drie à vier nog regelmatig door de moeder gezoogd werd - in feite zolang het kind daar zelf nog om vroeg. Pas dán werd een kind als 'af' gezien. Je zou kunnen zeggen, dat deze jaren, tot het kind gespeend werd, in zekere zin een voortzetting waren van de negen maanden dat het kind bij de moeder in de baarmoeder verbleven had. Er is echter één groot verschil, wat tegelijkertijd een mooie parallel laat zien: die negen maanden waren een tijd van voorbereiding op het kunnen leven buiten het lichaam van de moeder, die drie à vier jaar een voorbereiding op het kunnen leven zonder de moeder. Er is daarna niet meer die grote afhankelijkheid van specifiek de moeder. We zien dit bijvoorbeeld heel duidelijk in het leven van de jonge Samuël (1 Sam.1 en 2). Dat betekende dat de moeder in die drie à vier jaar daar ook op gericht was: haar kind vanuit haar veiligheid ervaring te laten opdoen met anderen. Als het kind dan gespeend werd, was hij of zij niet alleen voor voedsel niet meer uitsluitend of voornamelijk afhankelijk van de moeder, maar ook emotioneel en relationeel. Zoals hij of zij zelf kon helpen bij het verkrijgen van voedsel, en vele mensen hierin een ondersteunende rol konden spelen, kon het kind ook zelf, met hulp van verschillende mensen, voorzien in de eigen emotionele en relationele behoeften. Wel bleef er dan een behoefte aan structuur, waarmee we in sterke mate bij de vader-rol terechtkomen.

De vader: voorzienend in structuur, stabiliteit en zekerheid - zij het soms wat meer op de achtergrond

Zoals hierboven aangegeven is het vaak de moeder die haar kind zijn of haar eerste ervaringen van veiligheid geeft - veiligheid in een relatie met iemand die er voor je is, die voorziet in intimiteit, veiligheid, zorg, voedsel en stimulans; en die gewoon blij is dat je er bent. In deze zin is de moeder voor het kind het eerste rolmodel van wie God is en van Zijn karakter.

In de loop van de eerste paar levensjaren ontdekt het kind vervolgens ook de vader steeds meer. Hij of zij ontdekt dat de vader - hoewel vaak eerst iets minder tastbaar - toch een belangrijke figuur is in de stabiliteit en gezondheid van het gezin. (Merk op dat ik hier nog steeds spreek over Gods ideale ontwerp oftewel de optimale situatie.) Op deze manier wordt het kind bepaald bij het concept dat iemand minder tastbaar en zichtbaar kan zijn en op het eerste gezicht minder oplettend kan lijken, en toch een grote rol kan spelen in het zeker stellen van welzijn en veiligheid. Dit is natuurlijk opnieuw een belangrijke stap in het vertrouwd raken met God.

Het kind leert verder ook dat de vader en moeder elkaar wederzijds aanvullen in hun zorg. De moeder is soms zachter en meer gericht op de veiligheid van het kind, terwijl de vader het kind stimuleert in het ontdekken van de wereld om zich heen. Dit geeft het kind vertrouwen dat het ook anderen wederzijds kan aanvullen in vervullende en vruchtbare relaties.

De vader speelt nog een belangrijke rol, zoals zo prachtig wordt geïllustreerd in Vincent van Gogh's schilderij Eerste Stapjes (naar een soortgelijk kunstwerk van Jean François Millet)1.

Vincent van Gogh - Eerste Stapjes
 
Vincent van Gogh - Eerste Stapjes

De vader is degene die het kind uitdaagt om de veilige rokken van de moeder los te laten en op zichzelf een stap te doen, de wijde wereld in. Zo verbreedt hij de hechting van het kind, van 'alleen aan de moeder' naar 'aan allerlei veilige mensen in de nabije omgeving'. En - ook heel belangrijk - hij bevestigt het kind in het vertrouwen op zijn of haar eigen waarnemingen, creativiteit, vaardigheden en mogelijkheden.
Heel opvallend vind ik ook het gegeven, dat een moeder het kind vaak intuïtief al begrijpt en al aanvoelt wat het kind beleeft, maar dat een vader het wil hóren! Een moeder van jonge kinderen vertelde me dit eens. Als ze 's middags haar dochtertje uit school haalde, hoefde die maar weinig te zeggen - moeder begreep 't al. Dan kwam vader uit z'n werk, en dan kwamen ook alle verhalen los.
Als de vader op deze manier zijn kind uitdaagt om zich expliciet te uiten, en blij en met belangstelling en verwondering kan luisteren, gebeurt er iets heel moois. Het kind leert dan dat zijn of haar uniciteit iets moois is, iets van waaruit het kan uitdelen aan anderen - het heeft iets mee te delen aan een ander. Gaf de moederlijke zorg en geborgenheid het kind een existentiële waardigheid - een gevoel er te mogen zijn als mens -, het be-luisterd worden door de vader zoals we het hier bespreken geeft het kind een functionele waardigheid - het gevoel, vanuit eigen eigenheid iets te kunnen betekenen voor een ander - en verdiept de relationele waardigheid waar de moeder de basis voor legde.
Dit alles is verwant aan de belangrijke rol die de vader speelt in het bevestigen van de mannelijke of vrouwelijke identiteit van het kind. Leanne Payne, Andy Comiskey en Signa Bodishbaugh hebben hierover veel geschreven (zie de bibliografie aan het einde van dit exposé).

Een geleidelijke overgang naar het opbouwen van een relatie met God

Als de vader en moeder actief betrokken zijn in een relatie met God, krijgt het kind ook een voorbeeld voorgeschoteld van hoe zo'n relatie 'werkt' en wat een vrede, vreugde en bevrediging de ouders erdoor ontvangen.
In dit verband vind ik het treffend wat David in één van zijn Psalmen zegt:

"Gij deedt mij vertrouwend rusten aan de borst van mijn moeder."
Psalm 22:10b

Achter de rust die hij als baby aan zijn moeder's borst ervaren had, zag hij God Die hem die lieve moeder en die veilige ervaring gegeven had. Dát gaf hem basis-veiligheid als volwassene: 'God zorgde voor me toen ik afhankelijk was als kind, Hij zal me ook nu niet verlaten.'

En dat niet alleen. Het kind raakt ook vertrouwd met het feit dat God geen sinterklaas of snoepautomaat is, zoals ik eens iemand het hoorde verwoorden. Soms verschilt Zijn wil van de onze. Soms gebeuren er dingen die niet prettig voor ons zijn en hebben we (ten minste in eerste instantie) geen idee over de vraag hoe God erin betrokken is of niet. Toch geeft Zijn aanwezigheid, in combinatie met Zijn beloften, ons hoop en visie voor een goede toekomst. (Merk op, dat de vroege ontwikkelingsfasen zoals Erikson ze beschrijft ook goed aansluiten bij de visie zoals hier gepresenteerd.)

Tegen de tijd dat het kind de leeftijd van zo'n vijf of zes jaar bereikt, heeft hij of zij al een enorme rijkdom aan ervaringen die hem/haar voorbereid hebben om God zelf bewust te (leren) kennen. In een geleidelijk proces worden de veiligheid, bevestiging, hoop, structuur, e.d. die het kind eerst via de ouders ontving, langzamerhand overgedragen naar de relatie die het kind zelf opbouwt met God. Tegen de tijd dat het kind volwassen wordt, is deze relatie met God de sterke en stabiele factor (in Bowlby's termen: de veilige basis) geworden waar vanuit hij of zij allerlei 'onvolkomenheden' en worstelingen te boven kan komen (zie ook wat ik zei bij het citaat uit Psalm 22).

Volwassenwording - waar gaat dat over

In de alinea's hierboven heb ik het niet gehad over losmaking, autonomie of individuatie.
Mensen worden geboren in afhankelijkheid. Wil een baby overleven en floreren, dan heeft hij (zij) continue ondersteuning van andere mensen nodig. Toch is het zo, dat als we groeien, we niet geleidelijk aan onafhankelijk van anderen worden; integendeel, we worden wederzijds afhankelijk ('interdependent').
Bruce Perry
(kinderpsychiater en internationaal gerespecteerd hersenontwikkelingsdeskundige)
in: 'Affiliation: The Third Core Strength'.
Gebaseerd op Bijbelse noties en op Bowlby's observaties, ben ik ervan overtuigd dat het niet in de eerste plaats separatie, autonomie, onafhankelijkheid of individuatie zijn die het kind naar verdere (geestelijke) volwassenheid leiden (dit, in tegenstelling tot de klassieke, materialistische, humanistische ontwikkelingspsychologie waar alles wél om genoemde begrippen draait). Nee, ware volwassenheid is gebaseerd op een toegenomen vaardigheid in het afhankelijk durven zijn van God, op verbreding van contacten en op een verfijning van relatievaardigheden in het algemeen. (Wat betreft die afhankelijkheid: onderwees Jezus zelf ook niet dat we als kinderen moeten worden? En hoe (on)afhankelijk is de wijnrank van de wijnstok?) Het diagram van hierboven laat zien wat Bowlby en de zijnen zo duidelijk waarnamen: een kind is het meest gelukkig en blij en heeft de meeste vrijmoedigheid om naar buiten te treden als hij/zij weet dat er een belangrijke verzorger is (zoals de moeder) die oplet en er zal zijn als het kind haar nodig heeft. Wat Bowlby en anderen later ook zagen, was dat deze emotionele patronen en gedragingen voortduren door het hele leven heen - tot aan het einde. (Andere wetenschappers - o.a. Janet Surrey en Jean Baker Miller van Wellesley College (zie de referentie naar Donna Emmanuel) - hebben soortgelijke dingen vastgesteld; allen hebben geconcludeerd dat de concepten van autonomie, onafhankelijkheid en individuatie in de traditionele ontwikkelingspsychologie veel te veel nadruk hebben gekregen, terwijl verbondenheid sterk ondergewaardeerd is.) Men kan dus veilig stellen dat in een Bijbelse én in een wetenschappelijk goed onderlegde visie volwassenheid niet louter gezien moet worden in termen van individualiteit en onafhankelijkheid. In tegendeel; ware geestelijke volwassenheid wordt gekenmerkt door een verregaande vorm van afhankelijk-durven-zijn in eenheid met God zowel als in verbondenheid met anderen2. Ik zie dit ook gedemonstreerd in Jezus' eigen voorbeeld, zoals genoemd in het exposé over ons levensdoel.

Dit is heel veelbetekenend voor onze visie op pastorale counseling. Ik heb vaak gezien hoe mensen gediagnostiseerd werden als té afhankelijk, of over-afhankelijk, door hulpverleners die bovenstaande feiten niet kenden of de betekenis ervan onderschatten. Zo werd deze mensen verteld dat ze zich los moesten maken, beter hun grenzen moesten bewaken, of meer autonomie moesten opbouwen of iets dergelijks. Terwijl hun feitelijke probleem was dat ze al te los stonden - zonder de basisveiligheid van een ander die er voor hen was als ze dat nodig hadden. Zoals onder andere Bowlby héél duidelijk heeft laten zien: degene die zich zeker voelt van de acceptatie en liefde van een beschermende ander (voor een kind: de vader of moeder, voor een volwassene God en dierbare anderen) wordt daardoor 'vanzelf' vrijer, socialer en ondernemender. Gezonde verbondenheid creëert de gewenste emotioneel-relationele vrijheid. In onverbondenheid raken we al snel óf in onszelf teruggetrokken of over-afhankelijk (dit patroon kwam bij vrouwen traditioneel iets meer voor), óf prestatie-gericht (de traditioneel meer mannelijke reactie, hoewel ik dit in de tegenwoordige cultuur ook steeds meer bij vrouwen zie, en de teruggetrokken stijl ook wel bij mannen - met alle disfunctionele uitwassen van deze beide stijlen).
Nog iets over de autonomie. Herinner u vanuit het exposé over ons levensdoel, dat we gemaakt zijn voor afhankelijkheid van God. Het ging, om zo te zeggen, allemaal mis toen Adam en Eva kozen voor autonomie. Autonomie is de gewenste staat van de humanist - een mens zonder God. Dit streven naar autonomie als een aangeboren wens van mensen wordt al veel te veel gekoesterd - ook in counseling. Zelfs de bekende grondlegger van de contextuele benadering, Ivan Boszormenyi Nagy, hoewel zeer wel overtuigd van het belang van relaties, gezinsverbanden, en dergelijke, hield er toch ook nog wel aan vast, toen hij schreef: "Autonomie - het doel van het individu - is onlosmakelijk verbonden met zijn vermogens om relationeel verantwoording te nemen en af te leggen" (Between give and take (Tussen geven en nemen), p.62; mijn vertaling3).

Ik pleit hier niet voor een over-afhankelijkheid in volwassen relaties die de plaats inneemt van de intieme verbondenheid met emotioneel zorgzame ouders die de persoon misschien als kind gemist heeft. Nee, dat zeker niet. Wat ouders in de eerste maanden of jaren niet gegeven hebben, kan, als we eenmaal volwassen zijn, niet verwacht worden van vrienden, echtgenoten/s of anderen. En toch moet dit diepe verlangen naar verbondenheid uit de begintijd gevuld worden, willen we in staat zijn een relationeel en psychisch gezond leven te leven. Ik heb ervaren dat er een enorm verschil is tussen de relaties die de meesten van ons gewend zijn en de bevestigende relatie die we in het bijzonder als kind, maar ook als volwassene nodig hebben. In de meeste relaties hebben we vaak het idee dat we ons moeten bewijzen. De relatie roept ons a.h.w. op onszelf te bevestigen. Zoals bijvoorbeeld ook Anne Terruwe duidelijk aangeeft in haar boeken, is dit niet wat we nodig hebben - het kan ons zelfs in een ongezonde toestand van 'zoeken naar bevestiging' houden. In een bevestigende relatie mogen we daarentegen zijn die we zijn, of worden we juist uitgedaagd om meer onszelf te worden. Zo'n relatie geeft ons ruimte en energie. Maar alleen iemand die zelf zó bevestigd is kan een ander op deze manier bevestigen en 'in de ruimte zetten'4. En daarmee ben ik dan eigenlijk weer terug bij Psalm 131: David die die diepe bevestiging van God ontving en daarom naar anderen toe ook de rust had om er bemoedigend voor hen te zijn, zonder zichzelf nog door grootdoenerij te hoeven bevestigen of 'profileren'. Zulke ervaringen wens ik u ook van harte toe!

In andere essays zal ik nog uitvoerig op dit punt terugkomen. Zie, bijv. het Engelstalige essay over 'connectedness and attachment' op m'n internationale website.
Zie ook 't korte essay over Een veilige thuisbasis als universele behoefte, waarin ik illustreer hoe het principe van verbondenheid ervaren in de veilige thuisbasis en van daaruit de wereld in kunnen gaan universeel geldig is en alle relaties beïnvloedt: van die tussen moeder en baby tot die tussen de hoogste manager en de medewerker op de werkvloer in een groot bedrijf, of die tussen kerkleider en gemeentelid.
Ik sluit dit essay nu met een hoop-gevend voorbeeld af.

'The rocky road' (de hobbelige weg)

Als we eenmaal God hebben leren kennen, verwachten we soms dat alles daarna 'gewoon lekker' zal gaan. De realiteit is echter weerbarstiger. De meesten van ons hebben niet zo'n ideale kindertijd ervaren zoals hierboven geschetst. Maar dit is waarom ik de Bijbel zo'n heerlijk boek vind: hij staat zo vol met verhalen van échte mensen zoals u en ik; mensen die gebrokenheid hebben ervaren en de gevolgen van zonde - zowel onze eigen zonde als de zonde van anderen tegenover ons. Een van hen is David, die eens zo beroemde koning van Israël. Hierboven zagen we uit zijn beschrijving in Psalm 131 dat hij enig besef had van de warmte en vrede van een moederborst die hem had voorbereid voor het kunnen ontvangen van de liefde van God - wellicht uit zijn eigen ervaring of door andere kinderen bij hun moeders waar te nemen. Maar hij had ook zijn 'ups' en 'downs'. Hij wist maar al te goed wat 'scheidingsangst' was! Laten we eens kijken naar enkele verzen uit een andere Psalm van hem:

"Eén ding heb ik van de Here gevraagd, dit zoek ik: te verblijven in het huis des Heren al de dagen van mijn leven, om de liefelijkheid des Heren te aanschouwen, en om te onderzoeken in zijn tempel. Want Hij bergt mij in zijn hut ten dage des kwaads, Hij verbergt mij in het verborgene van zijn tent, Hij plaatst mij hoog op een rots. En nu heft mijn hoofd zich op boven mijn vijanden rondom mij; daarom wil ik in zijn tent offeren offers met geschal, ik wil zingen, ja psalmzingen de Here.
Hoor, Here, hoe ik luide roep, wees mij genadig en antwoord mij. Van Uwentwege zegt mijn hart: Zoekt mijn aangezicht. Ik zoek uw aangezicht, Here. Verberg uw aangezicht niet voor mij, wijs uw knecht niet af in toorn, Gij waart mijn hulp; verwerp mij niet en verlaat mij niet, o God mijns heils. Al hebben mijn vader en moeder mij verlaten, toch neemt de Here mij aan...."
Psalm 27:4-10 (nadruk toegevoegd)

We zien hier, hoe hij enthousiast is over het in Gods tegenwoordigheid zijn (de tempel - zoals genoemd in vers 4 - was in die tijd de plaats waar God was). Zowel intellectueel (... te onderzoeken...) als emotioneel (... de liefelijkheid des Heren te aanschouwen...) verlangt hij ernaar. En toch is daar ook die twijfel, die angst voor afwijzing, die verlatingsangst (Verberg uw aangezicht niet voor mij). Wat hem hoop gaf is het feit dat God zelf dit verlangen om bij God te zijn in zijn hart gepland had. Zo wist hij dat God hem niet zou verlaten of begeven, zelfs temidden van zijn twijfels. Die twijfels kunnen zeer wel veroorzaakt zijn door de manier waarop hij zichzelf door zijn ouders verlaten had gevoeld... (We weten hier niet veel van, maar ik herinner u aan de situatie toen de profeet Samuël zijn vader vroeg om al zijn zonen voor hem te verzamelen. David werd in het veld bij de schapen gelaten... Telde hij niet mee als zoon?) Tegen het einde van de Psalm, had de zekerheid dat God er zou zijn het gewonnen van z'n twijfels. In de loop van zijn leven tot op dat moment had hij al zo veel ervaren van Gods trouw...

Dit verhaal - en andere, soortgelijke verhalen - geven me veel moed om God op Zijn Woord te vertrouwen. Zelfs als onze ouders er niet altijd voor ons zijn geweest, zelfs als ze ons verlaten hebben of ons 'hebben laten zitten', God is er. En als er delen van Zijn heerlijke ontwerp, Zijn 'ideale bedoeling', niet zijn vervuld, dan nog staat Hij boven de tijd om te herstellen wat in ons gebroken is als gevolg van die onvolkomen jeugd. Op deze manier kunnen zelfs onze verlatingsangsten een drang in ons zijn om Hem te zoeken Die zo veel meer is dan de mensen die ons tekort gedaan hebben. Hij kan een vader en een moeder voor ons worden en ons geven wat we nodig hebben. Dat is de beste basis die ik me kan voorstellen om verder te gaan in het groeiproces dat het leven is - het avontuur van het leven met Hem.


Voetnoten:

1
Originele schilderij bij het Metropolitan Museum of Art - zie www.metmuseum.org.
Zie ook de versie bij het WebMuseum, Parijs. Reproducties beschikbaar bij Allposters.com
2
Merk op dat er ook een zuiver, christelijk en niet-modernistisch begrip 'autonomie' is in de zin van een goede identiteit - een besef van eigen 'zijn' met daaraan gekoppeld bestaansrecht, waardigheid, initiatief en (kennis van eigen) invloed en (begrensde) macht. Ik denk hierbij o.a. aan (een deel van) het begrip 'autonomie' zo de bekende ontwikkelingspsycholoog Erik Erikson dat plaatst tegenover begrippen als 'schaamte', '(zelf)twijfel', 'schuld', 'passiviteit' en/of 'minderwaardigheid'. (In de letterlijke zin van het woord vind ik 'autonomie' hier echter niet het beste woord.)
3
Alvin C. Dueck van Fuller Theological Seminary betuigt zelfs dat de ethische aanwijzing van de contextuele benadering niet het zich verbinden maar de individuatie is - zie o.a. het schema op p.180 van Metaphors, Models, Paradigms, and Stories in Family Therapy (download Adobe Reader hier), in: H. Vande Kemp (ed.), Family therapy: Christian perspectives, Baker Book House, Grand Rapids Mich., p.175-207.
4
Diverse mensen hebben, vanuit evenzovele gezichtshoeken, aandacht hiervoor gevraagd. In de hoofdtekst noem ik Anna Terruwe al. Ook Edwin H. Friedman (in Van geslacht op geslacht, p.221) geeft het aan:
"Het vermogen van pastores om hun eigen angst te beteugelen ten aanzien van zaken die in in de gemeente spelen,..., zou weleens hun belangrijkste vaardigheid kunnen zijn."
Ook Jim Wilder breekt vaak een lans voor deze niet-angstige, blijde en ontspannen positie als basis voor goed pastoraat. Hij brengt het in verband met de mate waarin iemand gegroeid is in volwassenheid. In een persoonlijke communicatie waar het ging over het 'genieten' waar John Piper het veel over heeft, omschreef hij het als volgt:
"Dit is de kern-essentie van het levend zijn in Christus. Deze onbevreesde levendige identiteit die bij anderen wil zijn in hun vreugde en verdriet is de grote gave die we anderen te bieden hebben."

terug naar de artikelen index

Om verder te lezen...

Hieronder een selectie van boeken over gezinsleven en persoonlijkheids­ontwikkeling. Vetgedrukte titels worden bijzonder aanbevolen.

Rita Bennett, Innerlijke genezing voor jezelf en anderen - praktische richtlijnen, Deel 3, Coconut, Almere, 2008; ISBN 978-90-72698-05-6 (vertaling, door Karin Spoelstra en Martin Tensen, van: Making peace with your inner child, Fleming H. Revell,
Old Tappan NJ USA / Kingsway, Eastbourne GB, 1987
).

Signa Bodishbaugh (met Conlee Bodishbaugh), Intimiteit: illusie of werkelijkheid - Hoe de leegte in je hart wordt vervuld, Coconut, Almere, 2004; ISBN 90-807586-3-9 (vertaling, door Martin Tensen, van: Illusions of Intimacy, Journey Press / Sovereign World, Mobile, Alabama, USA, 2004; ISBN 1-85240-375-6; see also the info-sheet about it Adobe Acrobat Document at Sovereign).

John Bowlby, A Secure Base: Parent-child attachment and healthy human development, Basic Books (Perseus), New York USA, 1988 / Routledge (Taylor &Francis Books Ltd.), 1988; ISBN: 0-465-07597-5.

John Bowlby, Verbondenheid, Van Loghum Slaterus, NL, 1983; (vertaling, door Netty van Lookeren Campagne-Taverne, van: The Making and Breaking of Affectional Bonds, Tavistock, London / Routledge, an imprint of Taylor & Francis Books Ltd., London, 1979; ISBN: 0415043263).

John Bowlby, Attachment and loss 1: Attachment, Pimlico; ISBN: 0-7126-7471-3 - Paperback new edition of 2nd revised edition, 1997)

John Bowlby, Attachment and loss 2: Separation - anger and anxiety, Hogarth / Pimlico (Random House), 1998; ISBN: 0-7126-6621-4.

John Bowlby, Attachment and loss 3: Loss - sadness and depression, Hogarth / Pimlico (Random House), 1998; ISBN: 0-7126-6626-5.

Andrew Comiskey, Kracht in zwakheid, Telos-reeks, Medema, Vaassen, 2004; ISBN 90-6353-435-4; (vertaling van: Strength in Weakness - Healing Sexual and Relational Brokenness, Inter Varsity Press, Downers Grove IL, USA, 2003; ISBN 0-8308-2368-9).

Andrew Comiskey, Persuing sexual wholeness, Charisma House / Creation House, Lake Mary, Florida, 1989. ISBN: 0884192598

Jerry Cook, Liefde, aanvaarding en vergeving - Hoe de gemeente aan de wereld kan laten zien wat het Lichaam van Christus is, Gideon, Hoornaar, 1982; ISBN 90 6067 215 1 (vertaling, door J.H. Cornelder, van: Love, Acceptance and Forgiveness, Gospel Lit. Int'l, USA, 1981).

Judson Cornwall & Michael S.B. Reid, Wiens liefde is het eigenlijk?, Sharon, Waddinxveen NL, 199x (vertaling van: Whose love is it anyway?, Sharon, Pilgrims Hatch Brentwood Essex GB, 1991).

Larry Crabb, Zoektocht naar God, Medema, Vaassen NL, 1995 (vertaling door Leontien Elbers-Savert, van: Finding God, Zondervan, 1993).

Larry Crabb, Verbondenheid, Navigator Boeken / Medema, Driebergen / Vaassen, 1998 (vertaling, door Rob van Stormbroek, van: Connecting - Healing for ourselves and our relationships; a radical vision, Word Publishing, Nashville Tennessee USA, 1997).

Edwin H. Friedman, Van geslacht op geslacht - Systeemprocessen in kerk en synagoge, Ekklesia, Gorinchem, 1999; ISBN 90-75569-07-6 (vertaling, door D. Ferwerda-Arends, van: Generation to Generation: Family Process in Church and Synagogue, The Guilford Press, New York, 1985).

2007-03-05

Lisa Guinness, In het begin, Living Waters Nederland, 2007; (vertaling, door Arjen van Essen en z'n team, van: In the Beginning, Living Waters UK).

Jane Hansen, Marie Powers, Bestemd voor intimiteit - Gods prachtige blauwdruk voor man en vrouw, Bread of Life, Vlissingen NL, 2000; ISBN 90-75226-27-6 (vertaling door Maria J. Neeteson, van: Fashioned for Intimacy, Regal Books (Gospel Light publ.), Ventura California USA, 1997; ISBN: 0830723218).

Judith Lewis Herman, Trauma en herstel - de gevolgen van geweld van mishandeling thuis tot politiek geweld, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 1993; ISBN: 90-284-1653-6; (vertaling van: Trauma and Recovery: From Domestic Abuse to Political Terror, Basic Books (Harper Collins), 1992; Reprint edition, 1993; ISBN 0465087663; Rivers Oram Press/Pandora List edition, 1998; ISBN: 0863584047; 2001 edition: ISBN: 0863584306).

Brennan Manning, Kind aan huis - Verlangen naar intimiteit met God; Navigator Boeken, ISBN: 9076596417 (vertaling van: Abba’s Child - the cry of the heart for intimate belonging, NavPress, Colorado USA, 1994).

Tom Marshall, Betere Relaties - hoe nieuwe relaties groeien en beschadigde relaties hersteld kunnen worden, Shalom Books, Putten, NL, 1992; ISBN 90-73895-07-3 (vertaling van: Right Relationships - a Biblical foundation for making and mending relationships, Sovereign World, Chichester, GB, 1989; ISBN 1-85240-034-X). Zie ook: het hoofdstuk over vertrouwen, uit dit boek op de site van Stichting Promise.

Josh McDowell, with Ed Stewart, The Disconnected Generation - Saving Our Youth from Self Destruction, Word (Thomas Nelson), Nashville, 2000; ISBN 0-8499-4077-X (zie een impressie van dit boek, bij de uitgever).

Alice Miller, Het drama van het begaafde kind - op zoek naar het ware zelf, Van Holkema en Warendorf - Unieboek, Houten NL, 1981 / 2001 (24ste druk); ISBN 90 269 6669 5 (vertaling, door Tinke Davids, van: Das drama des begabten Kindes und die Suche nach dem wahren Selbst - eine Um- und Fortschreibung, 1979; ook beschikbaar in het Engels: The Drama of Being a Child: The Search for the True Self, ISBN 1860491014).

Henri J.M. Nouwen, In de naam van Jezus - Over pastoraat in de toekomst, Oase - Lannoo, Tielt B, 1989; ISBN 90 209 1646 7 (vertaling door Margreet Stelling, van: In the Name of Jesus - reflections on Christian leadership, Crossroad, New York USA, 198x).

Henri Nouwen, Eindelijk thuis - gedachten bij Rembrandts 'De terugkeer van de verloren zoon', Lannoo, Tielt, 2000 (deze Nederlandse versie is bijgewerkt door: Evert vdr Poll; oorspronkelijke versie: The return of the prodigal son, ...., 19xx).

Leanne Payne, Herstel van identiteit - door genezend gebed (de Engelse versie heeft als subtitel: De drie grote barrières op de weg naar persoonlijke en geestelijke vervolmaking in Christus), Navigator Boeken, 2000; ISBN: 9070656957 (vertaling door Martin Tensen van: Restoring the christian soul - through healing prayer (Overcoming the three great barriers to personal and spiritual completion in Christ), Crossway Books, Wheaton Ill USA, 1991).

Leanne Payne, Gods Tegenwoordigheid geneest, Kok Voorhoeve, Kampen NL / Carmelitana, Gent B, 1997. ISBN: 9029714395 (vertaling door Martin Tensen van: The Healing Presence, Crossway Books, Wheaton Ill USA / Baker Book House, Grand Rapids MI USA, 1989/1995).

Leanne Payne, The broken image - Restoring sexual wholeness trough healing prayer, Kingsway Publications, 19.. .

Leanne Payne, Crisis in mannelijkheid, (vertaling van: Crisis in masculinity, Crossway Books / Good News Publ., Westchester Illinois USA, 1985 / Kingsway, Eastbourne E.-Sussex GB, 1988).

Marleen M. Ramaker - van Katwijk, Leven in harmonie met God, jezelf en de ander, Proclama, Amerongen NL, 1985; ISBN 90-6534-003-3.

Marleen M. Ramaker - van Katwijk, Wie mag ik zijn en worden? - onze identiteit en persoonlijkheidsvorming en de ontwikkeling van vriendschappen, Proclama, Amerongen NL, 1988; ISBN 90-6534-006-8.

J. Oswald Sanders, Facing loneliness - the starting point of a new journey, Highland Books, Crowborough East-Sussex England, 1988 / Discovery House, Grand Rapids MI USA, 1990.

John Ernest Sanders, The God Who risks - A theology of providence, IVP, Downers Grove Illinois, 1998.

Paul D. Stanley, J. Robert Clinton, Connecting - The mentoring relationships you need to succeed in life, Navpress, Colorado Springs, USA, 1992. ISBN 0-89109-638-8.

Anna A.A. Terruwe, Geef mij je hand - over bevestiging, sleutel van menselijk geluk, De Tijdstroom, Lochem NL, 1972.

Anna A.A. Terruwe, Geloven zonder angst en vrees, Romen, Roermond, 1971.

Anna A.A. Terruwe, De liefde bouwt een woning, J.J. Romen & Zonen, Roermond NL, 1971.

Henry G. Tietze, Signalen uit de moederschoot - de verborgen ontwikkeling van het ongeboren kind, J.H. Gottmer, Haarlem-Bloemendaal, 1985; ISBN 90 257 1886 8 (vertaling, door Henriëtte M. van Weerdt-Schellekens, van: Botschaften aus dem Mutterleib, Ariston Verlag, Genf, 1984).

Paul Tournier, De weg uit de eenzaamheid, Zomer en Keuning, Wageningen, ongedateerd (vertaling, door R. Bakker, van: De la solitude à la communauté, Delachaux & Niestlé, Neuchâtel / Paris, 1943/1948. Ook beschikbaar in het Engels in een vertaling door John S. Gilmour: Escape from loneliness, W.L. Jenkins / SCM Press, 1962 / Highland Books, Crowborough East Sussex GB, 1983).

John Townsend, Tussen vlucht en verlangen - Over eenzaamheid, bindingsangst en de kracht van gezonde relaties, Coconut, Almere, 2005, ISBN 90 80758655 (vertaling van: Hiding from Love (We all long to be cared for, but we prevent it by -) - How to change the withdrawal patterns that isolate and imprison you, NavPress, USA, 1991 / Scripture Press, Amersham-on-the-Hill Bucks England, 1992. ISBN 1-872059-68-6).
Lin Button van Pastoral Care Ministries schreef over dit boek: "Een levensveranderend boek voor iedereen die problemen ervaart in relaties. Het geeft de route aan voor een geestelijke reis naar de plek waar je liefde kunt ontvangen van God en anderen en waar je jezelf leert aanvaarden."

Ingrid Trobish, De verborgen kracht - Geworteld zijn in de zekerheid van Gods liefde, Kok Voorhoeve, Kampen NL, 1989; ISBN 90 297 0943 X; (vertaling, door Aafje Beijer, van: The Hidden Strength - Rooted in the Security of God's Love, Here's Life, San Bernardino, 1988).

Lori A. Varick, Designed for dependency - moving from emotional isolation to intimacy, Emerald Books, Lynnwood Washington USA, 1994.

John Visser, De cirkel doorbreken - Gezonde kinderen uit disfunctionele gezinnen, Navigator Boeken, Driebergen, 2003; ISBN: 9076596034 (vertaling van: Olive Shoots Around Your Table (with a foreword by Terry Burrows), Essence Publishing, 1998; ISBN: 1-896400-14-0).

  voorblad van:
Met vreugde man zijn

E. James Wilder, Met vreugde man zijn - groeien naar volwassenheid, Archippus, Enschede, 2007; ISBN/EAN: 978-90-9011-01-8 (vertaling van: (The Complete Guide to) Living with Men - Keep Growing and Stay Lovable, Shepherd's House Publishing, Pasadena CA, USA, 1993/2004; ISBN 0-9674357-5-7).

E. James Wilder, James G. Friesen, Anne M. Bierling, Rick Koepcke, Maribeth Poole, Leven naar Gods plan, De Hoop (m.m.v. Oogst Publicaties), Dordrecht, 2004; ISBN 90-73743-19-2 (vertaling van: The Life Model - Living from the Heart Jesus Gave You - The Essentials of Christian Living, en: Bringing the Life Model to Life - The LIFE Model Study Guide for Individuals and Small Groups, Shepherd's House, Pasadena, CA, USA, 1999 resp. 2000).

2008-02-05

Sandra Wilson, Into Abba's Arms - Finding the acceptance you've always wanted, Tyndale, Wheaton, Ill, 1998; ISBN 0-8423-2473-9.

Janet Geringer Woititz, Struggle for Intimacy, Health Communications, Deerfield Beach Florida USA, 1985.


Voor verder onderzoek via het web

Hieronder een selectie van webpagina's over gezinsleven en persoonlijkheidsontwikkeling. Vrijwel al deze pagina's zijn in het Engels. Aan een index met relevante Nederlandstalige pagina's wordt nog gewerkt.

Een goede inleiding over het originele werk betreffende de Hechtingstheorie van John Bowlby en Mary Ainsworth is te vinden in het Engelstalige artikel van Inge Bretherton, Origins of Attachment Theory: John Bowlby and Mary Ainsworth (Oorsprong van Hechtingstheorie: John Bowlby en Mary Ainsworth) (download Adobe Acrobat Reader hier in PDF format); oorspronkelijk verschenen in: R. Parke, P. Ornstein, J. Reiser, C. Zahn-Waxler (Eds.), A Century of develomental psychology (Een eeuw van ontwikkelingspsychologie), Ch.15, pp.431-471).

Timeline of the work of John Bowlby and Mary Ainsworth http://www.psych.nwu.edu/~hedlund/bol-ain.html.

Robert Watson (Wheaton College), Toward Union in Love: The Contemplative Spiritual Tradition and Contemporary Psychoanalytic Theory in the Formation of Persons (download Adobe Acrobat Reader hier in pdf format), first published in Jl of Psychology and Theology, 28 (4), 2000, p.282-292.

(added: 2005-10-25)
Christine Carter (Berkeley UC), Within Families - The Childhood Roots of Adult Happiness, document op de website van The Center for the Development of Peace and Well-Being (Berkeley).

Everett Waters & E. Mark Cummings, A secure base from which to explore close relationships (Adobe Acrobat Document in pdf format), Child Development, Feb. 2000.

Donna Emmanuel, A developmental model of girls and women, Progress: Family Systems Research and Therapy, Vol. 1, Encino, CA, Phillips Graduate Institute, 1992, p. 25-39 (Adobe Acrobat Document in pdf format). De jaarlijkse edities van dit tijdschrift (waren en) zullen opnieuw beschikbaar gemaakt worden op de website van Phillips Graduate Institute. Voorlopig hebben Phillips Graduate Institute - de eigenaar van het copyright -, en de auteur, Mevr. Donna Emmanuel, vriendelijk toegestaan om dit waardevolle artikel beschikbaar te maken via de internationale versie van deze website. Waarvoor mijn oprechte dank!

Peter Fonagy, Attachment in infancy and the problem of conduct disorders in adolescence: the role of reflective function (in .rtf format), Plenary address to the International Association of Adolescent Psychiatry, San Francisco, Jan. 2000.

Peter Fonagy, Pathological attachment and therapeutic action, Paper to the Developmental and Psychoanalytic Discussion Group, American Psychoanalytic Association Meeting, Washington DC, 13 May 1999.

R.C. Fraley, & P.R. Shaver, Adult romantic attachment: Theoretical developments, emerging controversies, and unanswered questions (Adobe Acrobat Document in pdf format), Review of General Psychology, 4, 2000, p.132-154.

R.C. Fraley, Attachment theory and close relationships.

Er is veel materiaal over 'natuurlijk ouderschap' (Engels: 'attachment parenting') dat ook van belang is voor pastorale werkers. Bijvoorbeeld (op de site van Het Platform Natuurlijk Ouderschap - Uitvoerend orgaan van Stichting Attachment Parenting International Europe):
De cyclus van hechting
Borstvoeding en Attachment
Citaten over Attachment Parenting e.d.

Some English-language material on 'attachment parenting':
Like many parents did and still do, we may fear the loss of good boundaries when we make ourselves more available, allow counselees to phone us 'most of the time', etc.
Dr Sears goes into questions like this at the site of parenting.com. E.g: Is this separation anxiety?, Will I spoil my baby if I carry her in a sling?, or (on the site of askdrsears.com) The 7 benefits of attachment parenting. Note: Try replacing the words 'baby' or 'child' by 'counselee', 'parent' by 'counselor', 'parenting' by 'counseling' - not in a strict way, but with some creativity - and see what fits and what not; but be warned: you may be surprised! Certainly when you start acting upon it! To give you an impression: this is how the beginning of the latter article reads with the suggested replacings:
THE 7 BENEFITS OF ATTACHMENT COUNSELING

1. MUTUAL GIVING. The more you give to your counselee the more the counselee gives back to you. There are small quiet moments of pure joy when your counselee smiles at you or gazes seriously into your eyes. There is wonder [for him or her] in discovering the world anew [as] through the eyes of a child seeing it [this way] for the first time. There is peace in knowing that all it takes is your presence, your [gentle affirmation] to soothe and calm your counselee's fears. Consider how you and your counselee benefit from being connected:

  • Enjoy one another. One of the goals we want to shoot for is to enjoy our counseling. Mutual giving is where counselee enjoyment begins.
  • .... [continue yourself]....

If you were educated to keep a 'professional distance', this may look a bit scary, huh...? Maybe it is not so scary as it looks. After all, attachment parenting has build up a very good track record of bringing up counselees, uhhh... babies, to be relatively very healthy and competent people... So, in my view, this approach certainly deserves more attention.

The Nurturing Parent staff, Fostering healthy attachment - An interview with Dr. Karen Walant (on the site of www.naturalchild.com).

Ayesha Court, "A kiss is just a kiss? Maybe not...", USA Today.

J.H., Leavin' on a jet plane, Psychology Today, May/June 1999.

Kathryn Cohan, Basics of Relational Theory.

C. Hazan & P.R.Shaver, Romantic love conceptualized as an attachment process, Journal of Personality and Social Psychology, 52, 1987, pp.511-524. See also: Some highlights from this paper by Pizzurro.

A. Lock, Draft outline for a course on identity and self (With significant quotes from: K.J. Gergen, Realities and Relationships: Soundings in Social Construction, Harvard University Press, Cambridge MA, 1994, p.viii; and: F. Jameson, Postmodernism and Consumer Society, in E.A. Caplin (Ed.), Postmodernism and its Discontents, Verso, London, 1988; pp.13-29; and M.M. Bakhtin, 1984, p.287).

John Shotter, The social construction of our 'inner' lives, (With a significant quote from M.M. Bakhtin, Problems of Dostoevsky's Poetics, edited and trans. by Caryl Emerson; University of Minnesota Press, Minneapolis, 1984, p.110).

Daniel D. Hutto (Centre for Meaning and Metaphysical Studies, University of Hertfordshire, England), The Story of the Self: The Narrative Basis of Self-development.

About attachment, I found three noteworthy Powerpoint presentations on the web: Developmental Psychology Lecture 4 - Attachment -- 'Made for each other', The treatment of multiply impaired clients with severe behavioural problems diagnosed as having an attachment disorder, by Paula Sterkenburg of Bartiméus and the Free Univ. of Amsterdam (VU), and What do we gain from relationships?.

Marianne Riksen-Walraven, Wie het kleine niet eert... - over de grote invloed van vroege sociale ervaringen (download Adobe Reader hier in PDF format), inaugurele rede bij de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Universiteit van Nijmegen, maart 2002.

Kathy Steele, Onno van der Hart, Ellert R.S. Nijenhuis, Dependency in the Treatment of Complex Posttraumatic Stress Disorder and Dissociative Disorders, Jl of Trauma and Dissociation, 2 (4), p.79-116.

Op het gebeid van hechting en hechtingsproblemen is er de zeer goede en informatieve website van mw J.C.A. (Anniek) Thoomes-Vreugdenhil: Hechtingsproblemen.

From the Discipleship Journal (Navigators USA) library:
Living as God's beloved - an interview with author Brennan Manning, author of (a.o.): Abba's Child, on how to experience God's love
Why should I trust God?
Love: delighting in God's tenderness - we all need to hear and experience that we are loved, but how do we get there? With questions for further reflection and/or discussion with friends.

From the NACR (Christian Recovery) library:
(titles to be added)

Gebrekkige verbondenheid leidt later vaak tot disfunctioneel - niet zelden gewelddadig - gedrag. Het lijkt of mensen die als kind geen empathie ervaren hebben, later ook geen of verminderd mee-gevoel met anderen hebben en daardoor tot daden komen waar meer gelukkig opgegroeiden (of herstelden) - God zij dank - niet toe komen. Dit fenomeen is o.a. via het begrip 'destructief gerechtigd zijn' (door de eigen negatieve ervaringen) uit de contextuele benadering goed te 'verklaren'. Zie bijv.:
Agressie: een schreeuw om verbinding!, door Wim van Mulligen en Ard Nieuwenbroek, op de Vlaamse Contextuele Hulpverleningssite van Leren over leven (download Adobe Reader hier in PDF format).

Op de site van Stichting Promise vond ik een in dit verband belangwekkend artikel van Gerard Feller: "De huidige contactarme maatschappij", 1990; (zie ook de referenties daarin).


Zie ook het artikel van Téo van der Weele: 'Een oog voor eenzame kinderen', Opwekking Magazine, nu op de site van stichting De Kracht van Vrede.
En de artikelen over De Aäronitische zegen: Gods lichtend aangezicht en over Nonverbaal zegenen hier op deze site.


home   of  terug naar de artikelen index

Meer informatie

Voor meer informatie, of uw reactie op het bovenstaande, kunt u contact met me opnemen via e-mail: andre.roosma@12accede.nl

Bedankt voor uw belangstelling!

© André H. Roosma, Accede!, Zoetermeer/Soest, 2002-07-07 / 2019-01-10; alle rechten voorbehouden.